Maarten Krabbé

1908 - 2005

 

Hij is de zoon van kunstschilder Hendrik Maarten Krabbé (1868 - 1931) en zangeres Miep Rust (1874 – 1956). Zijn zusters waren Henny Eskens-Krabbé (verzetsheldin in de Tweede Wereldoorlog) en Lies van Buren-Krabbé.


Krabbé groeide op in Het Gooi, waar hij intensief van de natuur genoot, hetgeen later in zijn werk zichtbaar wordt. Hij verhuisde in 1913 van Laren naar Bussum en in 1922 naar Zandvoort.


Na drie jaar op de hbs in Haarlem stond zijn vader hem toe schilder te worden, waarna hij van 1926 tot 1930 een opleiding aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam volgde.


Hij huwde met Margreet Reiss, schrijfster en vertaalster. Zij kregen twee zonen: Tim Krabbé (auteur) en Jeroen Krabbé (acteur, regisseur, kunstschilder). Halverwege de jaren 50 scheidden zij en in 1959 trouwde hij opnieuw, met Helena Verschuur. Zij kregen een zoon, Mirko Krabbé (ontwerper, kunstschilder) en vierden vlak voor zijn dood hun 'Gouden Bruiloft'.


Krabbé bestudeerde in zijn jeugd o.a. het ‘Gelaatsboek’van Petrus Camper (1780) en vindt zijn inspiratie als schilder in het Kubisme, kindertekeningen, Joseph René Gockinga (1893-1962), Aubrey Beardsley. Al jong ontdekt hij het experiment met ‘automatisch tekenen’, het vinden van vormen in toevallige lijnen. Ook is hij zeer gevoelig voor het woord en voert een correspondentie met Frederik van Eeden, Dulac, Dr. Paul Gachet (arts van Vincent van Gogh), Carmiggelt, collega schilder Melle. In zijn rijpere jaren als kunstenaar ziet men in zijn werk hoe hij stijlen en composities van bekende collega’s verkent om erin te vinden wat ze zo speciaal maken. We zien werken (schilderijen, etsen, tekeningen, gouaches) in de stijlen van, onder anderen, Cézanne, Matisse, Théodore Géricault, Picasso, Gustave Doré, Édouard Vuillard en Paul Klee, maar steeds met zijn eigen toets en een de levendigheid dat al zijn werk kenmerkt. Net als zijn vader schildert hij veel portretten in opdracht waaronder één van de nazaten van Vincent van Gogh. In de oorlogsjaren 1940-1945 ontstaat een beroemd geworden serie etsen met het onderwerp Don Quichot van Cervantes. Deze 18 etsen vinden na de oorlog hun weg naar het Museo Casa Natal de Cervantes [1] (Spanje) en vlak voor zijn dood volgen nog acht meesterlijke olieverf schilderijen met hetzelfde onderwerp naar dit museum. In 1949 ontstaan zijn tekeningen en gouaches voor de Bijbel. In de ‘70er jaren schildert hij een serie van 72 gouaches over Duizend-en-één-nacht. Zijn latere schilderijen, zoals een grote serie ‘Tuinen’ hebben een geheel eigen sfeer met een kleurkracht en optimisme dat men eerder aan een jongere kunstenaar toedenkt.


Maarten Krabbé ontwikkelde zich tot een belangrijk didacticus, een vernieuwer van het tekenonderwijs voor kinderen. Hij stelde dat men moet uitgaan van de eigen poëzie van het kind. Door middel van de verkenning van technieken als een avontuur en zijn eigen poëtische verhaaltjes schiep hij een grote, fantasievolle ruimte voor de kinderen van waaruit zij konden creëren. Voorbeeld: “Er zijn bomen die dromen van het maken van verre reizen. Ze houden zich daarom kaarsrecht, in de hoop uitgekozen te worden om mast te worden op een schip. Andere bomen daarentegen zijn geheel tevreden op het kleine stukje grond waar zij staan. Zij keren en wenden zich in alle richtingen om zoveel mogelijk te kunnen zien wat zich op hun plekje afspeelt. Ze zijn dus helemaal krom. Weer andere bomen schijnen hoera te roepen. Zij strekken hun ‘armen’ omhoog naar de zon, de wolken en de hemel….”.


Hij schrijft veel kunstdidactische boeken voor zowel kinderen op de basisschool, middelbaar onderwijs en leerlingen van de Kweekschool (onderwijzersopleiding). Zijn lezingen door heel Nederland genereerden enthousiasme voor zijn open, creatieve benadering van kunst en kinderen. Hij gaf o.a. les aan de Kohnstamm School en de Volksuniversiteit in Amsterdam. Medio jaren vijftig had Krabbé een televisieprogramma waarin hij kinderen leerde tekenen. Filmmaker Louis van Gasteren maakt gebruikt (2008) van Maarten Krabbé’s werken over Don Quijote en Stadsdichter van Amsterdam, Frank Starik, schrijft bij zijn overlijden een gedicht.

Fotostudio Merkelbach Amsterdam 1933

Foto Eddy Fliers 1999